- Locatie
Raadszaal gemeentehuis Raamsdonksveer
- Voorzitter
- Madeleine van Toorenburg
- Toelichting
-
Deze Raad Besluit begint om 18:00 uur om ruimte te bieden voor de algemene beschouwingen.
De onderwerpen zijn onder voorbehoud van het presidium van 14 oktober 2026.
Agendapunten
-
1Opening
-
2Vaststellen agenda
-
3Primus bij hoofdelijke stemming
-
4Mededelingen
-
5Vaststellen besluitenlijst de raad besluit d.d. 15 oktober 2026
-
6Vaststellen lijst ingekomen stukken d.d. 12 november 2026
-
7
Elke fractie heeft 7 minuten voor de algemene beschouwing.
Het college krijgt 20 minuten om hierop te reflecteren. -
8Vragenhalfuur
-
9
Bijlagen
Voorgesteld besluit
Voorstel
1. Kennis te nemen van de voortgang van de resultaten van de programmalijnen zoals opgenomen in de Najaarsnota 2026 hoofdstuk 3 Tussenrapportage 2026-2 onderdeel 3.1 Programma’s.
2. In te stemmen met de financiële afwijkingen met toelichting van de exploitatie en investeringen zoals opgenomen in de Najaarsnota 2026 hoofdstuk 3 Tussenrapportage 2026-2 onderdeel 3.1 Programma’s.
3. In te stemmen met de onttrekking uit en stortingen in de voorzieningen zoals opgenomen in de Najaarsnota hoofdstuk 3 Tussenrapportage 2026-2 onderdeel 3.2 Reserves en Voorzieningen.
4. In te stemmen met de onttrekking uit en stortingen in de reserves zoals opgenomen in hoofdstuk 3 onderdeel 3.2 Reserves en Voorzieningen.
5. In te stemmen met de wijziging van de volgende kredieten:
a. Het investeringsbudget “24 Herstel beschoeiing vestingwallen” te verhogen met € 230.000;
b. Het investeringsbudget “26 Bushalte Amerweg” beschikbaar te stellen voor een bedrag van € 87.000;
c. Het investeringsbudget “26 Brasem” beschikbaar te stellen voor een bedrag van € 989.000;
d. Het investeringsbudget “26 Meerval” beschikbaar te stellen voor een bedrag van € 875.000;
e. Het investeringsbudget “26 Bliek” beschikbaar te stellen voor een bedrag van € 860.000;
f. Het investeringsbudget “26 Elftweg” beschikbaar te stellen voor een bedrag van € 917.000;
g. Het investeringsbudget “22 Inrichting openb.ruimte Parkzicht” te verlagen met een bedrag van € 1.100 en het investeringsbudget af te sluiten.
h. Het investeringsbudget “25 OV: lichtmasten 2025” te verlagen met een bedrag van € 12.800 en het investeringsbudget af te sluiten.
i. Het investeringsbudget “21 Kind Centrum (School incl. voorbereiding)” te verlagen met een bedrag van € 522.000 en het investeringsbudget af te sluiten.
j. Het investeringsbudget “26 Black Spot Koestraat” te verlagen met een bedrag van € 33.042, het investeringsbudget af te sluiten en de reeds gemaakte kosten ten laste van de exploitatie te brengen;
k. Het investeringsbudget “20 Passantenhaven steigers” te verlagen met een bedrag van € 22.757, het investeringsbudget af te sluiten en de reeds gemaakte kosten ten laste van de exploitatie te brengen;
l. Het investeringsbudget “25 Afvalscheiding voertuig” te verlagen met een bedrag van € 14.545 en het investeringsbudget af te sluiten;
m. Het investeringsbudget “25 Raadhuisstraat Riool” te verlagen met een bedrag van € 37.250 en het investeringsbudget af te sluiten;
n. Het investeringsbudget “25 Beethovenlaan Riool” te verhogen met een bedrag van € 58.000 en het investeringsbudget af te sluiten;
o. Het investeringsbudget “25 Right-Oh Hybride veld” te verlagen met een bedrag van € 3.800 en het investeringsbudget af te sluiten;
p. Het investeringsbudget “25 Renovatie veld DDHC” te verlagen met een bedrag van € 14.230 en het investeringsbudget af te sluiten;
q. Het investeringsbudget “26 Mobile devices 2026” te verhogen met een bedrag van € 13.200;
r. Het investeringsbudget “26 Hybride werken, Kadernota 2026” te verhogen met een bedrag van € 13.200;
s. Het investeringsbudget “26 iPads raad” te verhogen met een bedrag van € 10.000;
t. Het investeringsbudget “20-22 Ontvangstruimte” te verlagen met een bedrag van € 10.000 en het investeringsbudget af te sluiten;
u. Het investeringsbudget “26 I&A plan investeringen 2026” te verlagen met een bedrag van € 52.250 en het investeringsbudget af te sluiten;
v. Het investeringsbudget “26 Vervanging beter-buiten app” te verlagen met een bedrag van € 47.025 en het investeringsbudget af te sluiten;
6. De begroting 2026 te wijzigen overeenkomstig punt 2 tot en met 5.
7. De herziene begroting van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) over 2026 vast te stellen en geen zienswijze in te dienen (bijlage 2). -
10
Bijlagen
Voorgesteld besluit
Voorstel
1. De nieuwe programma-indeling en de beleidsbegroting 2027-2030 vast te stellen;
2. De financiële begroting 2027 vast te stellen en daarmee:
a. Het overzicht van lasten en baten en de toelichting per programma;
b. De uiteenzetting van de financiële positie van de gemeente, inclusief de toelichting daarop;
c. De onderbouwing van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2027 tot en met 2030;
3. Het bedrag van onvoorziene uitgaven voor de begroting 2027 vast te stellen op € 25.000;
4. De voor 2027 opgenomen investeringskredieten beschikbaar te stellen;
5. In te stemmen met de in paragraaf A “lokale heffingen” voorgestelde tariefwijzigingen bij de gemeentelijke belastingen en heffingen;
6. Het voordelige begrotingssaldo van 2027 vast te stellen op € 565.000.
7. Met betrekking tot het te nemen besluit, over de wijze waarop de egalisatiereserve IHP in de toekomst op peil wordt gehouden ter dekking van de uit het IHP voortvloeiende kapitaallasten, in de begroting vooralsnog rekening te houden met 1% verhoging van de OZB tot en met 2039 ten behoeve van de voeding van de reserve. -
11
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. De financiële kaders voor de begroting 2028 van alle Verbonden Partijen vast te stellen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en wel als volgt:
a. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
b. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten.
c. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
d. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
e. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
f. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd Onderwerp: Beleidskaders 2028 Verbonden Partijen p. 1/10 voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur.
g. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
2. Aan alle Verbonden Partijen, met uitzondering van Regio West-Brabant (RWB) en de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, als aanvulling op de financiële kaders de volgende richtlijn mee te geven: Gemeenten hebben te maken met een bezuinigingsopgave. Hierdoor moeten gemeenten beleidsinhoudelijke keuzes maken en/of besparingen doorvoeren. Gelet op de huidige financiële situatie, maar ook zeker met het oog op ravijnjaar 2028, beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en begroting 2028 wederom in hoeverre zij hieraan kan bijdragen, bijvoorbeeld door de bijdrage van de deelnemers voor 2028 te laten dalen, gelijk te houden aan de bijdrage voor 2027 of een eventuele stijging te beperken.
3. De volgende aanvullende financiële richtlijnen vast te stellen voor de verbonden Partijen:
a. Ten aanzien van de Regio West-Brabant voor het Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie.
4. De beleidsinhoudelijke kaders voor 2028 voor de diverse Verbonden Partijen vast te stellen en wel als volgt:
a. Ten behoeve van de Regio West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
b. Ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
c. Ten behoeve van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord de volgende beleidsmatige richtlijn voor 2028 vast te stellen:
i. De komende jaren staat de RAV voor forse uitdagingen door personeelstekorten, technologische en organisatorische veranderingen (AI, geavanceerde medische apparatuur) en de groeiende zorgvraag (vergrijzing, toename psychosociale problematiek). Dat vraagt grote inspanningen van de RAV. In haar begroting 2028 geeft de RAV aan hoe zij werkt aan duurzame en toekomstbestendige ambulancezorg die inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen en die zonder gemeentelijke bijdragen wordt aangeboden.
d. Ten behoeve van de GGD West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen:
i. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant in de kadernota en Beleidsbegroting 2028 duidelijk weergeeft met welke concrete plannen en activiteiten invulling wordt gegeven aan het meerjarenbeleidsplan 2027-2030 en aan de gezamenlijke regionale en lokale gezondheidsopgaven. Daarbij maakt de GGD inzichtelijk welke resultaten in 2028 worden beoogd en hoe deze bijdragen aan de ambities uit de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’.
ii. Wij verwachten van de GGD dat zij in de kadernota en Beleidsbegroting 2028 transparant inzicht geeft in:
- Het producten- en dienstenaanbod;
- De kosten per product of productgroep;
- Het onderscheid tussen wettelijke, plus- en andere aanvullende taken;
- De afname van producten en diensten door de deelnemende gemeenten.
iii. Wij verwachten dat de GGD de voortgang en resultaten van de activiteiten inzichtelijk maakt met behulp van duidelijke en meetbare indicatoren. Daarbij wordt gerapporteerd over uitgevoerde activiteiten en geleverde producten, en met betrekking tot onze inwoners ook over het bereik, de resultaten en de maatschappelijke effecten daarvan. De indicatoren dienen aan te sluiten bij het meerjarenbeleidsplan en moeten deelnemende gemeenten in staat stellen om de voortgang te volgen en tijdig bij te sturen.
iv. De GGD maakt in de kadernota en Beleidsbegroting 2028 inzichtelijk welke maatschappelijke, inhoudelijke, organisatorische en financiële resultaten met deze samenwerking worden nagestreefd en wat de gevolgen hiervan zijn voor de dienstverlening en de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Daarbij dient p. 2/10 Onderwerp: Beleidskaders 2028 Verbonden Partijen aandacht te zijn voor de lokale nabijheid van de GGD, de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening, de kosten van de samenwerking en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten. Voorstellen die betrekking hebben op de samenwerking tussen de GGD West Brabant en de GGD Hart voor Brabant dienen op een eenduidige wijze, met eenzelfde informatiepositie en gelijkluidende beslispunten aan beide algemeen besturen te worden voorgelegd.
e. Ten behoeve van de Nazorg gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
f. Ten behoeve van Wava/MidZuid de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen:
i. De wet- en regelgeving op het gebied van het bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking is continu in beweging. We verwachten dat MidZuid anticipeert op de aanpassingen in de Participatiewet, de veranderingen in de regelgeving rondom het beschut werk en de veranderingen van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze veranderingen zien we graag op een adequate en efficiënte manier terug in de begroting 2028.
ii. MidZuid zet in op ontwikkeling zodat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden. Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft.
iii. MidZuid houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit kan ook betekenen dat bepaalde activiteiten worden verminderd, afgestoten of gewijzigd voor een optimaal maatschappelijk en financieel resultaat.
iv. De uitwerkingen van de strategische toekomstvisie worden opgenomen in de begroting 2028. Het streven hierbij is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten. Ook de consequenties voor de huisvesting worden hierbij meegenomen. Tot de besluitvorming worden investeringen in het gebouw beperkt tot noodzakelijk wettelijk onderhoud, behalve als het algemeen bestuur anders besluit.
v. We verwachten dat MidZuid inzicht geeft in instroom, doorstroom en uitstroom, de ontwikkeling van loonwaarde, de effectiviteit van instrumenten, de kwaliteit van ondersteuning, werkgeversrelaties en financiële effecten. Deze informatie vormt de basis voor meer datagedreven monitoring van en sturing op resultaten.
g. Ten behoeve van de regeling Regionaal Bureau Leren (RBL) de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen:
i. In 2027 wordt er een beleidsplan 2027-2030 opgesteld. Dit zal bij aanvang van het jaar 2028 gereed zijn. Vanaf dat moment, zijnde 2029, zullen in de richtlijnen voor de jaarlijkse kaderbrief vanuit dit beleidsplan speerpunten worden opgenomen voor dat betreffende jaar.
h. Ten behoeve van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen:
i. De uitkomsten van de herziening van de Midden- en West-Brabant-norm (MWB norm) en de actualisering van het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de bijbehorende financieringsopzet worden in de kaderbrief 2028 beschreven en in de begroting 2028 verwerkt, waarbij ook wordt ingegaan op de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2028.
ii. Gemeenten moeten in 2027 voldoen aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De kaderbrief 2028 beschrijft de structurele organisatorische en financiële gevolgen hiervan voor deelnemers.
i. Ten behoeve van het Centrum voor Jeugd en Gezin geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
j. Ten behoeve van Beschermd Wonen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
k. Ten behoeve van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
l. Ten behoeve van SVHW geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen;
m. Ten behoeve van Regio De Baronie geen beleidsmatige richtlijnen voor 2028 vast te stellen. -
12
Via de Voortgangsrapportage Grondexploitatie 2026 wordt verantwoording afgelegd over het financieel verloop van de gemeentelijke grondexploitatie.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. De Voortgangsrapportage Grondexploitatie 2026 vast te stellen.
2. De grondexploitatiebegrotingen welke als bijlage behoren bij de Voortgangsrapportage Grondexploitatie 2026 vast te stellen.
3. De grondexploitatiebegrotingen te verwerken als begrotingswijziging voor 2026.
4. De grondexploitatiebegrotingen te gebruiken als basis voor de begroting 2027. -
13
Er is besloten om de taken binnen Regio West-Brabant (RWB) anders te gaan organiseren. De nu voorliggende begrotingswijziging verwerkt deze overdracht formeel in de begroting van Regio De Baronie, zodat de nieuwe taken vanaf 1 januari 2027 structureel kunnen worden uitgevoerd. De wijziging betreft daarmee een herschikking van bestaande regionale taken, verantwoordelijkheden en middelen binnen West-Brabant.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Geen zienswijze in te dienen op de concept-begrotingswijziging 2027-1 van Regio De Baronie.
-
14SLUITING